Etappe 18: Como naar Galliate
Na een heerlijke nacht in de koele kamer van Albergo Giardino in Cernobbio werd ik de volgende ochtend uitgerust wakker. De zon scheen al lekker door het raam, en ik voelde me meteen klaar voor de dag. Ik kroop uit bed en stak de straat over naar de bakker voor ontbijt. Het was er druk, maar het was het wachten waard – de broodjes waren heerlijk en de cappuccino precies goed.
Na het ontbijt ging ik terug naar het hotel om mijn fiets op te halen. De avond ervoor mocht ik van een behulpzame medewerker mijn fiets in een zijkamer zetten in plaats van buiten, wat me een stuk geruster had doen slapen. Met mijn fiets weer bepakt, daalde ik de trap af naar de buitendeur. Net toen ik bijna beneden was, bedacht ik me dat ik nog geen water in mijn bidons had! Gelukkig mocht ik mijn fiets heel even bij de deur laten staan en liep ik snel terug naar de bar om te vragen of ze de bidons met leidingwater konden vullen. Tot mijn verrassing kreeg ik in plaats daarvan twee ijskoude flesjes water uit de koelkast. Niet wat ik in gedachten had, maar op zo’n warme dag was het een onverwacht cadeautje.
Daarna verliet ik Cernobbio, een klein voorstadje van Como. De eerste klim was meteen pittig; volgens mijn kaart zou er een kasteel bovenop de heuvel liggen, dus vooruit maar. Het laatste stuk van de 3 kilometer moest ik lopend afleggen, maar van dat kasteel bleek uiteindelijk geen spoor te bekennen. Geen punt, want met deze klim had ik tegelijkertijd het lagergelegen Comomeer achter me gelaten.
Nu ging het verder door een wirwar aan straatjes. De gedachte ging door me heen dat het Comomeer een prachtige toeristische plek is, maar voor dit soort fietstochten niet echt ideaal. Ik hou meer van rust. Rust die echter alweer snel verstoord werd, want in de verte hoorde ik een vrouw schreeuwen in het Italiaans – ze was duidelijk niet blij met de parkeertechniek van een Engelsman. Al klonk het hard, het had ook iets melodisch, typisch Italiaans, alsof de woorden bijna gezongen werden.
Even verderop, bij een kerk, hoorde ik het geluid van een modern kerkorgel. De klanken waren verrassend mooi, dus besloot ik even binnen te kijken en te luisteren. In de schaduw van de kerk was het heerlijk koel, een aangename afwisseling na de hete zon.
Een tijdlang zag ik niets anders dan de luiken van verlaten huizen, tot ik ineens een bord zag met een wel heel specifieke boodschap: een (dichte) occhiolino erotico naast een katholieke kerk! Een grappig contrast, dacht ik, of zoals de Italianen misschien zouden zeggen: een soort contraddizione!
Niet veel verderop stond nog een kerk die me opnieuw aan het lachen maakte: aan elke kant hingen vier enorme klokken, half buiten de toren. Meteen zag ik het al voor me: stel je voor dat die klokken synchroon zouden luiden – allemaal tegelijk van links naar rechts (zoals in het gelijknamige liedje van Snollebollekes). Dan zou de kerk niet alleen luiden, maar ook van links naar rechts gaan leunen! Of zelfs instorten.
Naast de dorpjes kwam ik door verrassende natuurgebieden, langs paden vol losse stenen, waar je liever niet zou wandelen, en door uitgestrekte maïsvelden.
Vlak voor de camping moest ik nog een bijzondere brug over, de Ponte Sul Ticino. Het is een brug met twee verdiepingen: bovenlangs rijdt de trein, en onderlangs loopt de autoweg met aan weerszijden een voetpad. Een mooi stukje techniek! Door de brug over te steken, kwam ik ook meteen in een nieuw district, Piemonte.
Vanaf de brug was het nog een paar kilometer naar de camping, Camping Playa di Valverde. Na het inchecken leidde een vriendelijke medewerker me naar een veldje waar ik mijn tent onder een prachtige oude eikenboom kon zetten. Met wat geluk zou ik de volgende ochtend in de schaduw van die boom wakker worden, lekker koel. Maar eerst moet ik de moed verzamelen om die tent op te zetten – of nou ja, eerst dit verhaal nog even afmaken.
















